Achter de Schermen * Bohemian Shoot 2

Regels zijn er om gebroken te worden. Dat is altijd mijn filosofie geweest in de fotografie. Zo houd ik nauwelijks rekening met de Regel van Derden, en zie je mij nooit met nare lensfilters stoeien. Maar wetten, wetten zijn een ander verhaal. Ik ben geen heilig boontje, verre van, maar De Wet maakt me toch altijd een beetje huiverig. Dus toen Michelle en ik tegen het “Verboden Toegang” bordje aanliepen aarzelde ik toch een beetje. We stonden op privé terrein, in de verte zagen we zelfs het huis van de eigenaren al staan, maar oh, de locatie! Het was prachtig hier, en nergens in de wijde omgeving hadden we een soortgelijke open plek kunnen vinden.

“We kunnen wel aanbellen?” Oppert Michelle dan, en ik knik. De mensen moeten het vast wel goed vinden als we het gewoon vragen. Na een fikse wandeling door hoog gras en over heuvels bekleed met de mooiste bomen in de prachtigste herfstkleuren, staan we dan voor het witte huisje. De gordijnen zijn gesloten en er staat geen auto op de oprit. Her en der liggen er dode vliegen op vensterbanken en spinnenraggen aan de deuren. We bellen aan. Er gebeurt niks. We proberen het nogmaals, nog steeds niks. “Misschien is dit een vakantiehuisje,” zeg ik. Het is duidelijk dat er hier al een lange tijd niemand is geweest. We lopen om het huis heen, maar de gordijnen blijven dicht en nergens is een teken van leven. En dan valt ons oog op de prachtige vlakte die voor ons uit strekt. De warme herfstkleuren van de bomen tegen het kille bruine van het hoge gras vormt een prachtig plaatje. Dit is waar we naar op zoek waren. Dit is onze locatie!

“We kunnen het wel gewoon doen,” stelt Michelle voor. En ondanks dat ik weet dat het fout is, dat het niet mag, dat het wettelijk verboden is, ga ik akkoord.
“Ze zijn toch niet thuis,” vul ik aan.
Met een vreemd voldaan gevoel banjeren we terug naar de meiden. De paden zijn glad en hier en daar zakken we flink weg in de modder, maar uiteindelijk krijgen we het zware hek weer open en laat ik het met een harde klap achter ons dichtvallen.
Amaya zit al flink in de make-up, en de meiden kletsen over een aankomende wedstrijd waar ze allebei aan meedoen (en die ze allebei ook hebben gewonnen! Gefeliciteerd Best Make Up Artist Anne, en Best Model Amaya!). We vertellen de meiden over de locatie, over het verboden toegang bordje, en over de prachtige kleuren. Als we Amaya in het mooie blauw-witte jurkje hebben gehezen besluiten we er gewoon voor te gaan.

Als we opnieuw voor de poort gaan waarschuwt Michelle nog voor de gladde modder en de lange tocht, maar voor we het weten staan we in de achtertuin van mensen die we niet kennen. We zijn het erover eens dat dit toch een beetje raar is, maar zo’n locatie vinden we niet gauw weer. Ik wil Amaya graag midden in het hoge gras hebben staan, met de groene, oranje en gele bomen op de achtergrond. Ik denk dat dit een gevoel van vrijheid en ruimte gaat opwekken, wat mooi vertaald naar het beeld. Maar voordat we kunnen beginnen met fotograferen, moeten we eerst Amaya nog in de overknee-laarzen zien te krijgen. Wat nog best een opgave is. Het duurt ongeveer tien minuten, vergt het werk van drie personen, en gaat gepaard met een afwisseling van gieren van het lachen en schreeuwen van frustratie. Omdat de laarzen bovendien niet vies mogen worden, wordt Amaya aan de hand begeleid naar de plek waar ik haar wil hebben. Daar doet Anne nog snel een touch-up van de make-up en werkt Michelle alle prijskaartjes en andere oneffenheden in de kleding weg. En dan kom eindelijk ik aan de beurt. Ik schiet een paar testshots om het licht te testen, en als alles goed ingesteld is kunnen we op gang komen. Het duurt altijd een minuutje of wat voordat zowel ik als het model in het ritme komen. Het is altijd afwachten hoeveel er gezegd moet worden of hoeveel initiatief het model zelf neemt. Ik ben redelijk stil tijdens het fotograferen, laat het model haar gang gaan en bewegen, maar als ik een bepaalde pose mooi vind haal ik die terug, of als de inspiratie op is stel ik wat voor. En omdat ik eerder met Amaya gewerkt heb, én omdat we vier extra paar ogen hebben van Michelle en Anne, komt dit ritme snel op gang en kan ik gaan klikken als een malle.


Ik wil graag beweging zien op foto’s. Dynamische beelden trekken vaak meer mijn aandacht, en daarom laten we Amaya halve rondjes draaien. De slierten van haar suede vest en de rok van de jurk bewegen mooi mee, en Michelle neemt de taak van aftellen op zich. De volgende vijf minuten zijn dan ook een aaneenschakeling van “3… 2… 1!” en “Shit! Te laat!” en “nog één laatste keer!”

We beginnen lekker in de flow te raken, maar net als ik iets naar achter wil kruipen voor een breder beeld, zie ik een man in de verte aankomen. Ik doe net alsof ik niks zie, maar ik weet dat het voorbij is. “Wat denken jullie te doen hier?!” Buldert hij, en gelukkig neemt Michelle het voortouw, want ik sta met mijn mond vol tanden. “Een fotoshoot,” zegt ze droog. En op de vraag of we toestemmig hebben, reageert ze net zo kalm. “Toestemming? Waarvoor dan?”
De boswachter, of terreinbewaarder, wat de man ook is, blijkt uiteindelijk een hele aardige man te zijn. Hij legt ons netjes uit dat dit niet de bedoeling is, en wij pakken onze spullen meteen op. De terreinbewaarder volgt ons tot we buiten het hek staan, en pas als we hem niet meer zien beginnen we allemaal te lachen van de zenuwen.
“Natuurlijk moest dit gebeuren,” merkte één van de meiden op.

“Ach ja,” zeg ik, “alles voor een goede foto.”

_
Deel 1 kun je hier teruglezen!

Ouder Worden

Ik was jarig, een week geleden. Normaal gesproken houd ik enorm van jarig zijn, maar dit jaar is er iets veranderd. Ik voelde het vorig jaar al een beetje opkomen. Langzaam sloop het door de spleten van mijn bestaan, een knagend gevoel van onrust, en in de schaduwen van mijn ziel sliep het stil… wachtend… Gelukkig was de mijlpaal van het 21 worden nog genoeg reden voor een groot feest. Dit jaar was het anders. Ik werd 22. En hoewel ik nog steeds uitkeek naar de Grote Dag, was mijn verjaardag een ontzettende anti-climax.

Ik besloot om voor het eerst mijn verjaardag niét bij mijn ouders te vieren, maar in mijn eigen huisje in Groningen. Op de Grote Dag, een woensdag, zou ik met mijn mams gaan lunchen in de stad, en op zondag zou ik alle visite ontvangen met koffie en taart. Echter mocht het niet zo zijn. De winter was mild en warm, maar de dag voor mijn verjaardag veranderde mijn stad in het décor van Frozen. Mam durfde de snelweg niet op en ik kon de deur niet uit zonder regelrecht de bosjes in te glijden. Die avond haalde ik met mijn vriend patat bij de koning der patatboeren, die bij ons om de hoek zit. Het duurde tien minuten om er te komen. En eer we thuis waren, een goede valpartij later, waren de frietjes koud. De ochtend van mijn verjaardag was niet anders. “Gefeliciteerd, Kim,” fluisterde ik tegen mezelf nadat ik de gordijnen opendeed om negen uur ‘s ochtends. Ik ben serieus zo melodramatisch. Mijn Facebook nieuwsfeed zat vol met berichtjes van ongelukken op de A28, en ik besloot om mama te whatsappen. Het lijkt me beter als we een andere keer gaan lunchen, typte ik, en voordat ik mijn volgende berichtje kon verzenden ging mijn telefoon. “Happy birthday to you! Happy birthday to you!” Een grote lach verscheen op mijn gezicht. Mijn moeder kan écht niet zingen, maar het was fijn om haar stem te horen. We kletsten wat en besloten inderdaad dat het lunchafspraakje maar beter verzet kon worden.

Mijn vriend, die nu midden in zijn master opleiding zit, had het die dag druk met deadlines, en moest de avond werken. Het grootste deel van de dag was ik alleen met mijn gedachten, en wanneer je twéé-én-twintig wordt is dat geen goede combinatie. Want wat had ik nou eigenlijk bereikt met mijn leven? Ik dacht terug aan al die keren dat ik mezelf beloofd had om voor mijn twintigste een boek uit te brengen, verre reizen te maken en vrijwilligerswerk gedaan te hebben in Afrika. Ik ben al twee jaar voorbij die arbitraire deadline. Er is geen boek, er waren reizen maar niet genoeg, en ik ben veel te cynisch geworden om nog vrijwilligerswerk te doen.

Mijn twee-en-twintigste verjaardag vierde ik met het kijken van het derde seizoen van Las Vegas. Ik nestelde mij onder een dekentje op de bank, en zette de ene pot thee na de ander. Op Facebook stroomde er felicitaties binnen, en dat toverde dan wel weer een glimlach op mijn gezicht. Zelfs mijn lieve Franse vriendjes die ik deze zomer ontmoette wenste mij een “joyeux anniversaire,” want Fransen kunnen geen engels, en weten ook niet hoe Google Traduirewerkt.
Wat mij dan wel weer intens gelukkig maakte was het koken van mijn lievelingsmaal: taco’s met guacamole en tortilla chips. Wat nog fijner was, was het moment waarop mijn vriend thuis kwam, en hij zijn tas op de tafel gooide. Hij gaf mij een flesje Dors (de Jumbo variant van Corona), een zak van mijn lievelingschips, én een reep chocola. Wij werden die avond zó dik, maar mijn verjaadag sloot ik toch op een positieve noot af.


Wie weet, wellicht schrijf ik dit jaar wel dat boek, of reis ik af naar een ver land… Haal ik mijn Bachelor, en wordt ik toegelaten op de Master waar ik op zit te hopen… Wie weet… Maar gelukkig kunnen we dromen.

Achter de Schermen * Bohemian Shoot 1


Ik ben net beneden als mijn telefoon gaat. “Yo poepneus,” klinkt zijn stem, “kom terug naar boven je bent wat vergeten.” Ik heb mijn sleutels in mijn hand, en in mijn jaszakken voel ik mijn mobiel en ov-kaart. Mijn tas heb ik net ingepakt, wat kon ik zijn vergeten? Misschien wil hij me nog wel een kus geven… wat romantisch! Mijn vriend ontmoet me halverwege in het trappenhuis en hijst zijn wenkbrouwen op. Hij opent zijn vuist en schud langzaam met zijn hoofd heen en weer. De batterij. Ik was verdomme de batterij van mijn camera vergeten. Ik kijk mijn vriend aan en grits de batterij uit zijn hand. “Zeg maar niets,” zeg ik terwijl ik hem een kus geef, “ik weet het. Ooit vergeet ik mijn eigen kont nog eens.”



En dat is best een opgave. Er zit namelijk nogal wat vlees aan. Wellicht komt dat doordat het station op vijf minuten loopafstand van mijn huisje in Groningen zit. Ik klik de batterij in mijn camera en check snel of ik nu écht wel alles heb. Alles is in orde, de camera functioneerd, het is vertrek tijd.
In Groningen wonen en studeren is heel prettig, voornamelijk omdat ik hier niet de hoofdprijs betaal voor een miniskuul kamertje in een stinkend huis wat we met zes “gekke chickies” delen. Maar soms lijkt het er op dat ik de enige ben die in het Noorden woont. Voor de meeste samenwerkingen reis ik gemiddeld anderhalf uur met het openbaar vervoer. In principe zou ik die tijd goed kunnen gebruiken om te studeren. Of om een boek te lezen, foto’s te bewerken, blogs te schrijven, of door Nederlands fijnste fotografie tijdschrift te bladeren wat ik net bij de Bruna op Centraal kocht. Maar meestal lurk ik wat aan mijn rode blikje vloeibaar geluk totdat ik zó nodig naar de wc moet dat ik hoogstwaarschijnlijk de busaansluiting mis omdat ik het niet langer kan ophouden en treintoiletten ranzig zijn. Dat is waarom ik altijd rekening hou met een gemiste busverbinding. Zelfkennis, ov-kennis en planning, mensen, onmisbaar voor een fotograaf!

Tijdens mijn anders onbewogen reis naar het wondere westen ververs ik ook zó vaak mijn Instagram nieuwsfeed dat mijn batterij compleet leegezogen is eer ik mijn telefoon écht nodig heb. Gek genoeg gebeurt dit ook elke keer en leer ik hier dan weer nooit van. Enfin. We staan inmiddels bij een bushalte in een onbekend gat ergens voorbij Zwolle, en ik moet mensen zien te vinden die ik slechts ken van een vierkante verpixelde foto…

Het is niet heel erg moeilijk om een visagiste te herkennen. Meestal hebben ze een glimmende zilverkleurige kast van een koffer bij zich. Op wieltjes. Mijn telefoon heeft nog net genoeg batterij om mij te vertellen dat alle drie de meiden een beetje later zijn. Geeft niks, het is heerlijk weer. Ik ben erg benieuwd naar de locatie. Anne, de visagiste, en ik moesten van wat verder komen, maar het model en de styliste kennen het gebied waar we heen willen al. Er zou vanalles zijn: bossen, zandverstuiving, heide. Dat klinkt mij als muziek in de oren! Aan de overkant van de straat stapt een blondine uit een auto. Uit de kofferbak haalt ze een enorme zilverkleurige koffer. Die eerste minuten van onhandig geaarzel zijn altijd het ergst. Hopelijk herkent ze me, mijn Facebook foto is wel in zwart-wit. Ik maak oogcontact en zwaai naar haar. “Hé jij bent Kim toch? Ik ben Anne,” stelt ze zich voor, en opgeladen adem ik uit. Het klikt meteen met Anne, en we babbelen wat over fotoshoots, opleidingen en ervaringen. De andere twee meiden laten gelukkig niet te lang op zich wachten. Michelle, de styliste, heeft haar kleine autootje volgepropt met tassen kleding. Reken daar Anne’s koffer en mijn cameraspullen bij op en dan, tja, is er bijna geen ruimte meer voor ons.




Hoe dan ook komen we uiteindelijk bij de locatie aan. Niet de locatie van onze keuze, helaas, want dat terrein wordt plots omgebouwt tot een ING teambonding kamp. Ik haat dat soort dingen. Echte teambonding komt pas van in beschonken toestand tien kilometer terug naar de stad moeten fietsen omdat de baas zozeer een ruime stal als locatie voor het personeelsfeest moest hebben. Maar goed, er zijn bomen, en dan komen we meestal wel een eind. We parkeren de auto middenin een bos en stallen de kleding uit in de achterbak. Het is november, maar de zon schijnt en er is niet veel wind. Het model neemt plaats op de koffer van Anne, die stevig genoeg is om ook als stoel te functioneren. Super handig, wanneer je de visagie in een bos moet doen. Ik werkte al eens eerder samen met Amaya, het model, dus ik weet al precies hoe ik haar wil neerzetten. Terwijl Anne haar magie werkt, ga ik met Michelle locaties scouten. De eerste look die Michelle heeft samengesteld bestaat uit een prachtig blauw-zwart patronenjurkje met suede overknee-laarzen. Amaya’s haren worden ingevlochten en de make-up wordt naturel en rustig. Alles komt samen in een zachte bohemian sfeer die vrijheid en rust moet uitstralen. Waar ik naar opzoek ben in de locatie is dus veel open ruimte, bijvoorbeeld een open plek van hoog gras of heide omringd door bomen. Een soortgelijke locatie spotten we al op de heenweg, maar we hebben geen idee hoe we daar precies komen. Totdat Michelle en ik op een klein poortje in een heg stuiten. Achter de heg ligt dé locatie. Het heeft alles wat we zoeken. Met grote stappen proberen we de modder te vermijden en hinken we naar het hek. Het is veel zwaarder dan we eerst dachten, en terwijl ik de deur vasthoud om Michelle voor te laten gaan lees ik in grote letters: “Privé Terrein”…