8 Dagen in Paradijs | Kos 2017

Duizend jaar voor Christus stuurde de Griekse Godin Hera een dodelijke storm achter zes schepen uit Troje aan. Stuk voor stuk slok de zee de strijders op, maar één boot spoelde aan op een klein eiland ver van de Griekse kust. Herakles, beter bekend bij zijn Romeinse naam Hercules, held uit de Griekse mythologie en Disney goudmijn™, ontsnapte Hera’s woede en zette voet op het prachtige eiland Kos. Zo’n drieduizend jaar later was het mijn beurt. En hoewel mijn schip niet zonk en ik geen oorlog startte met de bewoners, keek ik uit op dezelfde felblauwe zee en bruine bergen. Ik zag Turkije op de horizon en liep door de ruïnes van een tempel waar Herakles ooit werd vereerd.

Tigaki
Het eiland Kos is slechts veertig kilometer lang en acht kilometer breed. Wij verbleven in Tigaki, een klein dorpje aan de noordkust van het eiland. Er was één straat met winkeltjes, restaurants, souvenirs, barretjes en reisorganisaties. Met de bergen achter ons en de zee altijd op de horizon liepen we elke ochtend en elke avond langs deze boulevard. Steeds dezelfde route, totdat de altijd vrolijke Grieken ons herkenden en wisten wat wij graag wilden hebben. Een blond vrouwtje van onze favoriete bar, Ipanema Cafe, groette ons steevast met een grote glimlach en de woorden “Koffie? Lekker lekker!” En als het geen koffie was dan ging de “special price” Sex on the Beach cocktail er altijd wel in.
Vanaf ons balkon zagen we de zon zakken over de zoutvlakte tussen Tigaki en Marmari. De laatste gouden zonnestralen glinsterden ons tegemoet, maar zelfs wanneer de zon onder was bleef het eiland klaarwakker. Sfeervolle lichtjes leidden ons weer langs de boulevard van Tigaki, een verlichte fontein spong en viel op het ritme van de oh-zo-toeristische sirtaki, en overal waren de eilanders nog even energiek en vrolijk als twaalf uur geleden.
Kos eiland ademt toerisme – zes maanden lang werken de Grieken non-stop, van ‘s ochtends vroeg tot diep in de nacht, en daarna is het stil. Onze reis naar Kos viel in een van de laatste weken van het zomerseizoen, vlak voordat het eiland in een lange, welverdiende winterslaap zou vallen.

Griekse Gastvrijheid
En toch lieten de eilanders niks merken van hun vermoeidheid. “Of course we are tired,” vertelde een vrouw met een glimlach. Het was elf uur ‘s avonds en we stonden voor de zoveelste keer in haar kleine kantoortje. Ze kwam oorspronkelijk uit Polen, vertelde ze, maar nu werkte ze voor Theokritos Travel. Op aanraden van een vriendin uit Nederland wou ik heel graag naar Zia, een bergdorpje met de mooiste zonsondergang van heel het eiland.
“But this is our life,” lachte ze, “we work really hard for six months, and then we rest.”
We rekenden zes euro per persoon af voor een retourtje Zia. De rest van haar kantoortje was leeg en hoewel we onze tickets al in handen hadden bleef ze nog een half uur met ons doorkletsen. Altijd met een glimlach.

‘s Ochtends vroeg schudde een zacht briesje ons wakker. Zelfs in oktober was het nog te warm om met de deur dicht te slapen. Het was niet veel, ons kamertje in Villa Andrews, maar het was schoon en de bedden sliepen fijn. En als de wind de gordijnen optilde zagen we de zee en het zoutmeer, de bergen van het vulkanische eiland tegenover Kos, en de typisch Griekse wit-met-blauwe huisjes. Dit was het paradijs.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *