Winter Wonderland

Ik vind het zo heerlijk om ‘s ochtends mijn gordijnen open te trekken en gegroet te worden door een pak sneeuw. De frisse winterlucht voelt altijd zo heerlijk tegen mijn huid, zelfs als de wind langs mijn gezicht snijdt. Ja, ik ben echt een fan van de kou, van de knispering van sneeuw onder mijn voeten, en van de gezelligheid die winterpret met zich meebrengt.


Waar ik minder fan van ben zijn examenweken. En raad is hoelaat het is? Examenweek-tijd. Vandaar dat ik de afgelopen week ook niet zo’n goede blogger ben geweest, excuses! Ik ben momenteel bezig met een research paper over Deadpool, je weet wel, die rare superheld die heel veel grapjes maakt over zijn penis. Ik schrijf onder andere over het zijn van een fan en hoe de filmindustrie met fans omgaat. Het is erg interessant en het vak (Transmedia) is mijn lievelingsvak van de hele Master! Zelf ben ik ook een fan. Van heel veel dingen. Waaronder dus de winter.


Wanneer ik dit essay inlever aankomende woensdag kan ik gelijk beginnen met de volgende: mijn scriptievoorstel. Ja. Nu al. Mijn scriptie gaat ook deels over fan-zijn, maar dit keer in het kader van de Amerikaanse politiek. Dus dat wordt lachen, en ook wel een beetje huilen.

Maar tussendoor geniet ik ook nog lekker van de sneeuw en van Netflix nieuwste hit: Lemony Snicket’s A Series of Unfortunate Events. Een echte aanrader voor als je de leegte die mijn afwezigheid heeft achtergelaten op het internet wilt opvullen! Tot snel, en geniet!


It’s Mah Burthdaaay


Precies een jaar geleden sneeuwde het. Het sneeuwde en vroor zo hard dat de deur van ons flatje bijna niet openging. Het was zo glad dat stilstaand je evenwicht bewaren onbedoeld in een elf-straten-tocht overging. En het was magisch. De hele wereld was wit en heerlijk koud. Ik houd van de winter, van sneeuw en ijs en vrieskou, dus dat de wereld veranderde in een Winter Wonderland op uitgerekend mijn verjaardag was een prachtig cadeau.
Helaas betekende het ook dat mijn ouders niet naar Groningen konden afreizen omdat zij ook compleet ingesneeuwd waren. Vandaag is dat wel anders. Vandaag vier ik mijn verjaardag samen met mijn vader, die tijdens de kerstdagen 50 is geworden. Er komt familie die aan de andere kant van het land wonen, de achtertuin is veranderd in een gezellige overdekte veranda compleet met vuurkorf en terrasverwarming, én ik sloof me al de hele week in de keuken uit om lekkere taarten en hapjes te kunnen presenteren. Heerlijk!


Drie. En. Twintig. Het jaar van mijn leven dat ik eindelijk volwassen zal worden. Hopelijk. Voor de zomer hoop ik af te studeren en mijn studententijd voorgoed achter mij te laten, met de nodige tranen van heimwee, natuurlijk. In de zomer hoop ik een reis te maken. Maakt niet uit waar naartoe, of ik alleen ga of samen, maar ik wil een nieuw deel van de wereld ontdekken. Mensen zeggen soms wel dat ze écht aan vakantie toe zijn, en nu snap ik dat gevoel pas. Het even weg willen omdat de realiteit van de Grote Mensen Wereld (beginnen aan mijn afstudeerscriptie, het vinden van een stage, een nieuw huisje proberen te huren, een baan zoeken… Aaah!) soms best overweldigend kan zijn. Het is denk ik het onbekende, de wetenschap dat je je niet kan voorspellen waar je volgend jaar zal zijn, wat zorgt voor kriebels in mijn buik. Die kriebels zijn niet perse negatief of positief, maar juist een mix van gezonde spanning en opwindende nieuwsgierigheid.
Maar voor nu kan ik nog even duidelijk voor me uit kijken, wetende dat het nog een half jaar zal duren voordat ik recht voor die grote mist sta. En in die zes maanden zal de mist steeds minder dik worden, dat besef ik me ook wel.

Vandaag drink ik een wijntje op ouder worden. Op de toekomst, die in haar mysterieuze onvoorspelbaarheid mij enthousiast toelacht. Maar ik zal ook proosten op het heden. Op nu. Want niemand weet waar ik over een jaar ben, waar ik over zes maanden ben, of waar ik morgen zal zijn. Dus, proost, lieve lezers. Proost op het genieten van het leven, met volle overtuiging en de minste zorgen, want je leeft maar één keer.

Blegh. Soms ben ik een wandelend en pratend cliché. Ik drink natuurlijk ook een wijntje op alle cadeautjes die ik krijg. Want meer familie betekent automatisch ook meer cadeautjes. En net als elke andere millennial haal ik zonder uitzondering het meeste geluk uit materiële status objecten en geld. Laat al die hoogdravende zelfreflectie en dat ondraaglijke filosofisch geneuzel maar en geef mij gewoon een financiële beloning voor het opnieuw een jaar overleven op deze aardkloot. Bedankt en tot ziens!

Just Kidding. Maar ook een beetje niet. Oké, het was voor 75% een geintje.

Deze mooie Winter Wonderland foto’s zijn natuurlijk geen foto’s van Groningen of Hoogeveen. Neen, dit waren de enige winterse foto’s die ik had. Van een “studiereis” van een aantal jaar geleden. Cheers!

White Fang


Tijdens de kerstdagen mocht ik met mijn broertje op de hond van mijn nicht passen. Zinzi, een majestueuze witte herder, is daar de baas over een boerderijtje. Een grote tuin, een paardenbak en de stallen zijn haar domein. Haar vacht is dik en stevig, haar poten sterk en vuil. Het is een beest dat altijd buiten heeft geleefd, vrij zoals honden horen te zijn.
Ook al is ze al een paar jaar oud, Zinzi gedraagt zich nog steeds als een pup. Ze is speels en gek op aandacht. Ze is onderdanig en leergierig. Haar lichaam is gespierd en indrukwekkend, maar haar blaf is schel en ontwapenend.


Witte herders doen mij denken aan wolven. Net als huskies lijken witte herders nog zó nauw verbonden te zijn met hun voorvaderen. Vooral als Zinzi rent, met haar oren gespitst en de lijnen van haar spieren zo duidelijk zichtbaar door haar dikke vacht, vooral dan lijkt ze net een wolf. En het is prachtig.
Het oppassen op Zinzi herinnerde mij aan een boek dat ik onlangs las. Twee boeken, eigenlijk. Jack London’s Call of the Wild en White Fang. Beiden boeken gaan over honden en wolven en hun relatie met de natuur enerzijds, en de wereld der mensen anderzijds. Die eerste, Call of the Wild, is een fantastisch verhaal over overwinnen, veroveren en gedijen dat ik iedereen kan aanraden.


Maar in White Fang las ik twee zinnen die mij sindsdien bij zijn gebleven. Soms heb ik dat, bepaalde quotes die iets in mij teweeg brengen en vervolgens voor altijd een plekje krijgen in mijn brein. Zo ken ik Invictus (het gedicht, niet de film) uit mijn hoofd en als je een middagje bezig wilt zijn kan ik urenlang The Bridges of Madison County en Hamilton voor je quoten.
Deze quote, echter, deze twee zinnen verwoorden zo goed hoe ik me voel over de wereld. En dan vooral over hoe mensen zich “laten horen” op social media en in de politiek. Met name een bepaalde “leider” van de “vrije wereld” die een speciale affiniteit heeft met een blauw vogeltje (en wiens handen ook behoorlijk “puny” zijn).


“Out of his puniness and fright he challenged and menaced the whole wide world.
Nothing happened.”
– Jack London


Tijd, wat ga je snel


Januari 2017. God, waar is de tijd gebleven? In mijn gedachten is mijn werkvakantie in Frankrijk nog steeds “afgelopen zomer,” maar dat is het al 1,5 jaar niet meer. Ik ben naar mijn idee pas net begonnen met mijn studie New Media & Digital Culture, maar ik moet over 3 weken al een voorstel indienen voor mijn afstudeerscriptie. Ik word over drie nachtjes slapen alweer 23. Drie nachtjes! Tijd, wat ga je snel.

Als klein meisje wilde ik twee dingen doen: een boek schrijven en de dieren redden. Het maakte niet uit wat voor een boek, het maakte nog minder uit welke dieren. Het waren mijn dromen. Goede, solide dromen. Toen ik twaalf was besloot ik dat ik oud genoeg was om dat boek te schrijven. Dus typte ik achtentwintig pagina’s over Sarah, een magisch meisje die in dieren kan veranderen. Ze komt achter haar speciale gaven wanneer ze dertien wordt, en volgt haar mentor naar een school voor mensen zoals zij. Daar komt ze erachter dat er kwade krachten in de school dwalen, kwade krachten die uit zijn op haar…

Ik zweer je dat ik toentertijd nog nooit van Harry Potter had gehoord. Ik had de achtentwintig pagina’s zelfs opgestuurd naar een uitgever, die mij op de meest vriendelijke manier bedankte voor het stuk. Ik moest het maar weer proberen wanneer ik ouder was en vooral nooit stoppen met schrijven. Helaas werd ik dus niet de jongste gepubliceerde auteur van de lage landen, maar het “manuscript” heb ik nog steeds.



Soms vergeet ik het. Soms dwingen verhuizingen mij om het prachtige blauwe insteekhoesje weer onder ogen te komen. Vaak vind ik er niet meer van dan een leuke herinnering aan die “Goeie Ouwe Tijd”. Maar nu, met de inleiding van een nieuw jaar en mijn aanstormende 23e verjaardag, nu herinnert het manuscriptje mij aan mijn jeugdige dromen. Dromen die nog steeds de mijne zijn. Dromen die ik door de jaren heen steeds verder naar achter heb geschoven omdat mijn studies te veel tijd kosten, omdat ik toch niets nuttigs te zeggen had, en omdat niemand in haar eentje alle dieren zou kunnen redden.

Maar mijn twaalfjarige zelf, vol met kinderlijk onschuld en fantastische dromen, zij vond zichzelf niet te jong. Zij vond haar werk goed genoeg voor een uitgeverij. Zij jaagde haar dromen achterna.

Tijd, wat ga je snel… Waar heb je mij gelaten?

Ik wil nog steeds dat boek schrijven. Misschien niet over Sarah en haar fantastische avontuur, maar dat boek moet er komen. Sterker nog, dat boek gaat er komen. Ook al wordt het nooit gepubliceerd, ik zal het toch schrijven. Ook al red ik nooit alle dieren, ik zal het toch proberen. En ook al ontsnap ik nooit uit de handboeien die mij ketenen aan de grote kapitalistische machine van onze tijd, ik zal het altijd blijven vertikken om Apple producten te kopen.

Ik kan wel blijven dromen, maar als ik niets doe, dan zullen het slechts dromen blijven. Ik ga een boek schrijven dit jaar. Ik ga een ijsbeer adopteren dit jaar. Ik ga afstuderen en een baan vinden. Ik ga gelukkig zijn. Niemand weet of mijn dromen daadwerkelijk uit zullen komen, maar de tijd zal het ons leren.

De Waarheid Bestaat Niet


In de harde wetenschap lijkt het zo simpel: hypothese X is waar omdat formule Y bewijst dat A onlosmakelijk verbonden is met B. Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en voilá: de waarheid. In de sociale wetenschappen echter, zijn we het er vrijwel allemaal over eens dat dé waarheid niet bestaat.


Iedereen ervaart de wereld op zijn eigen manier. Een blanke jongen, opgegroeid in een vrijstaand huis in Houten, geschoold in wiskunde en met uitzicht op een prima baan, heeft een compleet ander referentiekader dan een getint meisje uit een Drents dorpje die twee bijbaantjes moet aanhouden om haar studie psychologie te kunnen betalen. Een negentigjarige katholieke vrouw die op 31 december nog altijd schrikt van de vuurwerkknallen omdat ze de oorlog heeft meegemaakt, zal nooit snappen waarom haar kleindochter journalist wil worden in oorlogsgebieden. Een varkensboer die zijn dieren een zo’n goed mogelijk leven probeert te geven beleeft een andere realiteit dan een millennial die zijn zakcentje verdient met het plaatsen van veganistische voedselfoto’s op Instagram.


Referentiekader
Geslacht, etniciteit en klasse. Seksuele voorkeur, geloof, educatie, geboorteplaats, woonplaats, gezondheid en opvoeding. Al deze dingen dragen bij aan een uniek en persoonlijk referentiekader. Wanneer het huis van je overburen in de fik staat, zullen jij en je buurman precies dezelfde gebeurtenis waarnemen: vlammen slaan uit de ramen, rook rijst op uit de schoorsteen en in de verte zijn de loeiende sirenes al te horen. Maar hoe jullie die gebeurtenis vervolgens verwerken zal altijd uniek en persoonlijk zijn: de brand kan herinneringen oproepen uit je kindertijd, waardoor je de situatie vanuit een zeer persoonlijk perspectief bekijkt, de brand kan kennis oproepen die je ooit hebt opgedaan op school of door zelfstudie, waardoor je de situatie op een professionele en praktische manier kan bekijken, of de brand zorgt ervoor dat je astma opspeelt, waardoor je vooral bezig bent met je eigen gezondheid. Kortom: wie jij bent zal er altijd voor zorgen dat geen twee personen precies hetzelfde zullen ervaren.


En dat is erg belangrijk. Want wij als mensen kunnen niet iets waarnemen zonder het vervolgens te verwerken. Een foto is daarom nooit slechts een stuk lichtgevoelig film dat datgene opneemt dat zich voor de cameralens bevindt. Niet alleen de kijker, met haar eigen persoonlijke en culturele referentiekader, maar ook de maker geven de foto betekenis: een foto wordt gemaakt vanuit een bepaalde hoek, geeft prioriteit aan alles wat in focus is, en laat vooral ook dingen niet zien. En diezelfde foto zal worden bekeken in een bepaalde context, in een krant of op een blog bijvoorbeeld, en alle meegegeven betekenissen zullen worden afgezet tegen de (bewuste of onbewuste) opvattingen, ideologieën en denkwijzen van de kijker.

Aura van Authenticiteit
Dit principe geldt eveneens voor het nieuws. Journalisten geven altijd hun eigen persoonlijke referentiekaders mee in het bespreken van nieuws. Veelal zul je dit niet eens merken: nieuws journalisten zijn nu eenmaal getraind om zo weinig mogelijk te oordelen door objectief feiten door te spelen. Maar ook aan die feiten wordt een zekere betekenis gegeven: een nieuwsverhaal wordt geschreven vanuit een bepaalde hoek (focus je op een slachtoffer of op de boosdoener? Wie bepaald wie het slachtoffer is en wie de boosdoener? Identificeert de lezer zichzelf met het slachtoffer of met de boosdoener?), een nieuwsverhaal geeft prioriteit aan alles wat in focus is (welke feiten worden gedeeld en welke worden verzwegen? Waarom koos de journalist voor dit nieuwsverhaal?), en een nieuwsverhaal laat vooral ook dingen niet zien (welke nieuwsverhalen worden wél verteld en welke juist niet? Welke verhalen krijgen meer ruimte dan andere? Waarom?).


Nieuws en fotografie hebben beiden een aura van authenticiteit. De gefotografeerde gebeurtenis is waar omdat foto Y bewijst dat A onlosmakelijk verbonden is met B. Dit nieuwsverhaal is waar omdat journalist Y bewijst dat feit A onlosmakelijk verbonden is met feit B. Het lijkt wel Rocket Science.


Begrijp me niet verkeerd, ik ben nog steeds een fotograferende journalist-in-spé. Maar ik ben me er ook heel goed van bewust dat wat ik fotografeer en wat ik schrijf altijd onderhevig is aan mijn eigen vooroordelen. Dat is nu eenmaal hoe wij mensen gebeurtenissen verwerken en delen: in ons eigen, unieke referentiekader. Daarentegen is het wel ontzettend belangrijk om je altijd bewust te zijn van deze referentiekaders. Vooral in deze tijd, met de verkiezingen voor de deur en een opkomst van het zogenaamde fake news (hoewel zo’n term je wel doet afvragen of er eigenlijk wel echt nieuws is…).

Ga met elkaar in gesprek, daag elkaar uit om een nieuw perspectief aan te nemen, neem feiten niet voor lief, lees verder dan alleen de pakkende titel, en blijf vooral overal je vraagtekens bij zetten. Alleen dan, wanneer we meningen en opvattingen niet automatisch afdoen als “dom” of “ongeïnformeerd”, dán zullen we pas echt verandering teweeg kunnen brengen.

Foto’s door Viktor Hanacek.