Online Rouwen


Tja… Ik weet niet zo goed hoe ik deze blogpost moet beginnen, dus we duiken er maar meteen in. In de nasleep van de aanslagen op Brussel en Ankara las ik een berichtje op Facebook van een jongeman die ik persoonlijk niet (meer) zo goed ken. “Doe es effeee normaal met z’n allen!” Zei hij, doelend op de grote hoeveelheid berichtjes over de aanslagen die hij op zijn Facebook op zag duiken. “Wil jij rouwen, doe dat maar hou het vooral voor je zelf. dat meelopers gedrag en dat gezaai van paniek op social media schiet niemand wat mee op.” En dit berichtje maakte me best wel boos.

Ten eerste vind ik het een hele gevaarlijke en domme gedachte dat rouwen alleen in privé kan gebeuren. Wie ben jij om te besluiten dat iemand’s rouwproces verkeerd is? Wie ben jij om te besluiten dat het delen van rouw “meelopers gedrag” is? Je kan niet voor iemand bepalen hoe degene iets moet voelen, dat is ronduit belachelijk.

Ten tweede is collectief rouwen écht niet iets nieuws, of iets wat we alleen op “social media” doen. Ver voor de Grote Boze Digitalisering was er 4 mei. Misschien heb je er ooit van gehoord? Het is de dag voor die ene dag in mei met al die gratis festivals. Ik ken persoonlijk niemand die gevochten heeft tijdens de tweede wereldoorlog, ik ken persoonlijk niemand die gestorven is naar aanleiding van de aanslagen op Parijs, ik ken persoonlijk niemand die vandaag stierf naar aanleiding van de aanslagen. Waarom is het cultureel geaccepteerd om voor de ene gebeurtenis wel met z’n allen te mogen rouwen, óók op social media, maar voor het ander niet?

Ten derde propageren dit soort reacties het idee dat gevoelens op het internet nooit authentiek kunnen zijn. Dezelfde soort reacties zagen we na Parijs, toen iedereen die hun profielfoto niet in de Franse vlag veranderden begonnen te roepen dat een ieder die dat wel deed nep was, een meeloper was, of het alleen deed om erbij te horen, om aan te geven dat zij ook wel eens om de wereld dachten. Ook na de dood van Robin Williams of David Bowie, toen heel het internet in rep en roer was over de vele persoonlijke rouwberichtjes, kregen we reacties als “het online rouwen maakt dood goedkoop.” Waarom staan we zo snel met een mening klaar? Waarom ervaren we gevoelens op het internet meteen als “nep,” als niet authentiek?

Ik weet het niet. Ik vind het gewoon zo jammer dat mensen zo snel een oordeel hebben over een heel natuurlijk iets: het willen delen van je rouwproces. Dat jij vindt dat dit niet online moet is jouw mening, maar je kunt moeilijk ontkennen dat al het andere in ons leven ook online is. We delen foto’s van ons eten, onze huisdieren, onze vakanties, onszelf. We maken vriendschappen, we daten, we raken verliefd, we hebben relaties. We consumeren het nieuws, we kletsen, we discussiëren, we voelen, we delen onze gevoelens. Om het oké te vinden dat dit alles wél online gebeurt, maar het niet kunnen verdragen dat rouwen ook online gebeurt, is als het ontkennen dat dood bij het leven hoort. Hoe je ook denkt over de mate waarin ons leven digitaal is, rouwen en de dood zijn nu eenmaal deel van het leven, ook online.
Enfin. Mike Rugnetta maakte er een goede video over, die ik hieronder ook heb gepost. Het is in het Engels, maar het kijken zeker waard. Als laatste wil ik nog even reageren op de concluderende zin van het berichtje:

“Het is gebeurt, we kunnen niet meer terug en niemand vind het interessant wat jij er van vind.”

Weet je wat ik niet interessant vind? Jouw stomme livestreams waarin je letterlijk alleen maar muziek luistert terwijl je naar een beeldscherm staart. Maar ik ga jou toch ook niet vertellen dat dat “meelopers gedrag” is, of dat je effe normaal moet doen? Nee, want ik ga niet voor jou bepalen wat je wel of niet interessant moet vinden, of wat je wel en niet moet voelen, of wat je wel of niet mag doen. Het is helemaal oké dat jij je mening hebt gegeven over dit onderwerp. Dit is mijn mening. Laten we elkaar nu in waarde laten, want er is al genoeg ellende in de wereld.



De Baas van het Journaal


Laats kwam er een ex-studiegenootje langs om mij te interviewen voor haar master Journalistiek. Het onderwerp van het onderzoek mocht ik alleen globaal weten: media gebruik onder jongeren. Nu ben ik zelf best wel goed in het gebruiken van media, dus dit interview moest een eitje zijn. Tijdens het gesprek liet ik mijn Facebook tijdlijn, Instagram feed en Youtube account zien, en raaskalkte ik wat over hoe mensen in mijn tijdlijn altijd stomme Facebookquizzen leuk vinden. Nee, ik wil niet weten waarom Glen nooit van z’n leven Lisette in de steek zal laten. Wie ben jij überhaupt, Glen?! Enfin, die stomme filmpjes waarin ballonnen tegen katten plakken of honden elkaar knuffelen vind ik dan wel weer leuk.


En toen kwam de gedoodverfde vraag: “hoe consumeer jij je nieuws?” Tja. Ik en nieuws… We hebben een ingewikkelde relatie. Ik ben waarschijnlijk een van de weinige journalisten-in-spé (oké, laten we het op tekstschrijver houden), die het vreselijk vind om nieuwswebsites te bezoeken of journalen te kijken. Ik heb er gewoon geen behoefte aan. Als er wat belangrijks speelt in de wereld kom ik er toch wel achter, via Facebook of, gewoon, je weet wel, door conversaties te hebben met mijn medemensen. En mocht ik ergens meer over willen weten dan Google ik het wel. 


Het enige nieuws wat ik volg, is nieuws wat mij interesseert. Fotografienieuws, een dagelijkse update vanuit de mode industrie, wanneer The Flash weer terugkomt, dat soort dingen. Maar is dit dan minder nieuws dan wanneer het acht uur journaal mij verteld waar ISIS zich nu weer bevindt? Of wat voor spektakel de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn? Of waarom rijstwafels nu opeens weer slecht zijn voor kinderen? Er is inderdaad een verschil tussen hard nieuws en zacht nieuws, en hoewel dit meer een categorisering is van de verschillende ‘genres’ binnen nieuws, hangt er een hevig waardeoordeel aan. En dat vind ik soms jammer. 


Goed, nieuwsconsumptie onder jongeren, dat was dus de uiteindelijke focus van het onderzoek (want natuurlijk blijft het wel een onderzoek van journalistiek studenten). Het was een leuk gesprek, en ik realiseerde me ook weer eens hoe ik zonder Facebook nooit “zo ver” was gekomen in de fotografie. De digitale wereld maakte het voor mij mogelijk om modellen, visagistes en stylistes te vinden voor nieuwe samenwerkingen, mijn werk te delen met gelijkgestemden, en sinds ik dit blog heb ook om mijn stem te laten horen. 


Maar ook deed het gesprek me een beetje twijfelen. Moest ik nu toch maar de Facebook van CNN gaan liken? Mweh, misschien beter van niet… Ik zie het al weer helemaal voor me: zit ik daar, mijn ogen nog halfdicht en mijn lippen brandend aan te hete koffie, om volgens mijn vaste ochtend routine de “grote Facebook check” te doen. Dit ritueel bestaat meestal uit het dramatisch neerslaan van mijn ogen (“dit zet je toch niet op faaaacebook?!”), of het luid grommen vanuit het diepst van mijn ziel (“Nederlands, meloenhoofd! Spreek je het?!”). Om daar nog het verbale vervloeken van de complete wereld aan toe te voegen heeft denk ik een te groot negatief impact op de energietoevoer naar mijn chakra’s. 


Enfin, zoals Kinderen voor Kinderen ooit zong: “als ik de baas zou zijn van het journaal, dan werd meteen het nieuws een heel stuk positiever.” En sarcastischer. Eigenlijk zou mijn journaal zo’n goede parodie op een echt journaal worden dat men niet meer zeker kan weten of ze het serieus moeten nemen of niet. Hmm… Misschien moet ik maar bij “tekstschrijver” blijven.

Identiteitscrisis



Wanneer je net begint in de fotografie, of in het modellenwerk, of in welke andere creatieve tak dan ook, zal het meest gehoorde advies ongetwijfeld zijn dat je “je eigen stijl moet vinden.” Maar voor velen is dit een moeilijke opgave. Want hoe moet je een eigen stijl vinden, wanneer je nog niet eens weet wie jij bent? Vooral onder de jongeren, maar niet exclusief, staat er een grote druk op het vinden van jezelf. Want wanneer jij jezelf vindt, is het heersende idee, zal alles op zijn plek vallen. Ook je eigen stijl. In deze blogpost laat ik je een eenvoudige manier zien om te ontdekken wie jij nu echt bent, en zul je zien dat de antwoorden die je krijgt vaak complexer zijn dan je dacht. De symbiose tussen complexiteit en gemak in deze strategie tot het vinden van jezelf maakt het een aantrekkelijke manier voor alle generaties. En ik durf te wedden dat zelfs jij jezelf zal kunnen vinden.


De Eerste Test
We beginnen onze reis met een simpele test, die ons zal laten weten met welke stockfoto wij het meest gemeen hebben. Aan de hand van deze uitslag zul je veel leren over je diepste verlangens en verborgen karaktereigenschappen. Zo leerde ik onder andere dat ik zelfs in de ruimte mezelf kan zijn, en dat een carrière als talkshow host mij in het verschiet ligt.



Wie Ben Ik?

De volgende twee tests zijn er om te bewijzen hoe complex jouw innerste in elkaar zit. Waar de toetsen in hun diepe eenvoud een volledig gelijkmatige structuur en aankooppunt hebben, zijn de uitslagen waarschijnlijk compleet verschillend. Zo gaf deze test aan dat ik het meest lijk op Kate Upton, en ik als een echte rockstar alle fuckboys meteen de deur wijs. Maar deze test gaf mij een heel ander beeld van mijn supermodelalterego, hierbij kreeg ik namelijk Cara Delevingne. Dit heeft waarschijnlijk te maken met mijn al-een-week-niet-geëpileerde-wenkbrauwen, maar vertelt ook dat ik een gekke persoonlijkheid heb.

Waar Wil Ik Heen?
Nu we een beter idee hebben van wie we zijn, is het belangrijk om ook te kijken of we een kans hebben om de American Dream binnen te slepen: het winnen van America’s Next Top Model. Maar daar is eerst een metamorfose voor nodig, en volgens de strenge jury zal ik de catwalk bestormen met een massieve bos (nep)haar.


En dit legt mij geen windeieren. Er is volgens deze test namelijk geen twijfel mogelijk: ik win het allemaal. Ik quote hierbij de uitslag: ik “ben een inspiratie voor alle toekomstige modellen en niet-modellen.” Dat is wel iets waar ik me in kan vinden, ja.


Zoals je ziet heb ik met deze simpele manier een erg complex, maar voor mijn gevoel ook zeker compleet beeld kunnen vormen van wie ik ben, en wat mijn uiteindelijke doel is in het leven. Ik kan je alleen maar aanraden om ook deze tests te nemen, bovendien is het helemaal gratis! Ik ben erg benieuwd naar jullie progressie, en ook of jullie nog meer manieren weten om simpel en snel achter je ware identiteit te komen. Laat dus vooral een reactie achter!

Oppervlakkig Diep: Mode en Psychologie



Als gerijpte American Studies student ben ik opgeleid om problemen te maken van non-issues. Wij van deze bijna niet-definieer-bare studie studeren straks af in muggenziften en mierenneuken. En omdat ze zeggen dat je moet schrijven over wat je weet, haal ik vandaag de muggen weer tevoorschijn, om ze lekker tot olifantjes op te blazen. We gaan het namelijk hebben over mode. Waar de meeste mensen kleding voor lief nemen, ga ik al mijn vrije tijd nu besteden aan het uitpluizen van de wondere wereld van de trendsetters en fashionistas. In deze vierdelige serie ga ik dieper in op de verscheidene tijdloze kenmerken en actuele kwesties die de mode industrie zo interessant maken. Vandaag beginnen we met “mode en psychologie,” waarin ik onderzoek op wat voor manier kleding de man (of vrouw) maakt.

In een van mijn eerdere blogs, “Geconstipeerde Gezichten & de Mode Industrie,” benoem ik hoe (high fashion) modemerken geen kleding verkopen, maar status.  Deze observatie kunnen we doortrekken naar hoe wij als consument kleding kopen. In plaats van de praktische waarde van het product (het dragen van een T-shirt om je tepels te verbergen #freethenipple), is het in onze huidige maatschappij steeds belangrijker om door middel van je kleding jouw identiteit te construeren. Deze relatie tussen kleding en onze identiteit kun je vanuit twee verschillende perspectieven bekijken, en deze twee deelcategorieën vormen meteen ook de structuur voor de rest van dit blog: mode en het brein, en mode en het lichaam.


Mode en het Brein
Net als dat we een lach kunnen associëren met blijdschap, geluk, angst en onzekerheid, kunnen verschillende kledingstukken verschillende associaties teweeg brengen in ons brein. Zo kan een maatpak professionaliteit en autoriteit uitstralen, waar een rokje een symbool voor vrouwelijkheid en lieflijkheid is. Hoge hakken kunnen ervoor zorgen dat een kleiner iemand op ooghoogte van gesprekspartners kan komen, en tegelijkertijd zorgen ze voor een betere houding die zelfverzekerd en vaak sexy overkomt. Bergschoenen, daarentegen, zijn praktisch in gebruik en uitstraling. En hoewel de mode-industrie dit steeds meer probeert tegen te gaan, is onze associatie met kleding vaak seksistisch. Rokjes, jurkjes, bloemenprints en hakken worden waargenomen als vrouwelijk, terwijl maatpakken, overhemden en stropdassen mannelijk overkomen.
Kleding, als uiting van identiteit, speelt een belangrijke rol in subculturen. Kijk maar eens naar de gothics met hun overwegend zwarte garderobe, of de Japanse harajuku meisjes met de uitbundige, kleurrijke jurken en over the top accessoires. De kleding die deze subculturen dragen zegt niet alleen iets over hun collectieve identificatie met de waarden van de subcultuur, maar laat tegelijkertijd ook zien hoe zij zichzelf waarnemen, en hoe ze waargenomen willen worden door de buitenwereld.

Kleding, dus, heeft een unieke rol in het uitstralen van onze identiteit, omdat het gelijktijdig een relatie (of associatie) is tussen de persoon en het kledingstuk, en een vertoning van deze relatie aan een wijd publiek. Je bent dus niet alleen wat je draagt, maar je draagt ook wie je bent.
Als we voortborduren op deze opvatting loert er meteen al een leuke kwestie op de horizon: hoe zit het dan met trends? De mode-industrie is gebouwd op trends en dynamiek. Maar als trends elkaar zo ontzettend snel afwisselen, en wij “dragen wie we zijn,” en wij gelijkertijd ook graag aan trends willen meedoen, hoe vaak wisselt onze identiteit dan wel niet?!
Het achterna gaan van trends, volgens psycholoog Jennifer Baumgartner, “is vaak gemotiveerd door een wens om erbij te horen, om actueel te zijn, en om onzekerheden te verdoezelen.” Het volgen van trends is zo’n beetje de FOMO van de mode-industrie, wanneer je er niet aan mee doet, bestaat de kans dat jij er niet meer toe doet. De kleding die je draagt “omdat het trendy is,” zegt dus niet zozeer iets over hoe dat specifieke kledingstuk jouw identiteit uitstraalt, maar des te meer over jouw wens om mee te gaan met de massa’s. Dit is geen waardeoordeel, erbij willen horen, sociale cohesie en kuddegedrag zijn zeer natuurlijke en noodzakelijke overlevingstechnieken.

In ons brein hebben we dus verschillende associaties met kleding. De kleding die we dragen zegt niet alleen iets over hoe wij onszelf identificeren, maar ook over hoe wij geïdentificeerd willen worden. In dit volgende segment wil ik wat dieper ingaan op wat er precies gebeurt wanneer deze innerlijke associaties zich beginnen te manifesteren op ons lichaam.



Mode en het Lichaam
Wanneer je het hebt over de psychologie van mode móét je aandacht besteden aan de impact van het visueel adverteren van mode. Hoofd van de Master opleiding The Psychology of Fashion aan The London Institute of Art, Dr. Mair, heeft onderzocht hoe weinig diversiteit er eigenlijk is in de modewereld, wanneer men kijkt naar lichaamsvormen en etniciteit. “In de 123 jaar dat Vogue bestaat,” vertelt ze, “beeldden slechts 14 covers donkere of getinte modellen af.” Laat staan dat alle modellen maar één enkele lichaamsvorm promoten. Als het meest invloedrijke modetijdschrift ter wereld, bepaalt Vogue niet alleen wat voor kleding er in de mode is, maar ook wat voor soort model. Met hun beroemde slogan “before it’s in Fashion, it’s in Vogue,” geven ze dus eigenlijk aan dat alleen Westerse, dunne modellen in de mode zijn. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat “dit ontevredenheid in vrouwen voedt, wat kan leiden tot mentale en fysieke gezondheidszorgen.” Je gedachtes zullen waarschijnlijk meteen naar anorexia of boulimia springen, maar ook de hedendaagse obsessie met plastische chirurgie, haarverf, en anti-rimpel crèmepjes is een voorbeeld van de invloed de mode-industrie kan hebben op het menselijk lichaam.
Het lijkt er op alsof we ons vertrouwen in het natuurlijk functioneren van het lichaam hebben verloren. We doen er alles aan om onze haren niet grijs te laten worden (zilver, daarentegen, is juist weer een héle modebewuste kleur), om geen rimpels te krijgen, of om, als ze dan toch daar zijn, er alles aan te doen om ze weer weg te krijgen. 

Maar, maar, maar, ik vind kleren gewoon leuk! Zeker, kleren zijn ook gewoon leuk. En het fotograferen van kleren op mooie modellen is ook leuk. Ik heb je gewaarschuwd voor mijn omgang met mieren en muggen. En hoewel er niks mis is met het leuk vinden van trends, of het op de voet volgen van Vogue, spelen de kwesties die ik heb benoemt in deze blogpost tóch een rol in de hedendaagse maatschappij. Vaak is het een onbewust fenomeen — ik bedoel, ik wordt niet elke ochtend wakker met de gedachte “hm, hoe zal ik vandaag mijn inherente luiheid en desinteresse voor politiek uiten door middel van slechts kleding…” Maar ik denk dat mijn gratis, zwarte onesie van HBO (ja, die van Game of Thrones, ja) mijn innerlijkste inner-ik best wel goed representeert.

In de volgende delen van deze reeks gaan we dieper in op de meest actuele kwesties in de mode-industrie, waarbij dit artikel als inleiding dient. Zo kijken we onder andere naar het huidig verzet tegen Photoshop, de zwarte kant van de industrie, en de diversiteit en representatie in visuele advertenties.


Bronnen:

http://www.whowhatwear.co.uk/what-is-fashion-psychology

Achter de Schermen * Into the Wild Fotoshoot (Video)


De laatste tijd heb ik eigenlijk alleen maar hele simpele shoots gedaan. Geen visagie, geen styling, alleen maar ik en het model. En dat is hartstikke leuk om te doen, maar een beetje saai om een hele blogpost aan te wijden. Daarom heb ik voor vandaag een oude video uit de archieven van Youtube geplukt, om weer eens een leuk kijkje achter de schermen te bieden. Deze shoot duurde ontzettend lang om te plannen, maar toen het eindelijk gelukt was bleek het een ontzettend gave samenwerking te zijn, en ik ben ook echt best blij met de resultaten! Na de klik vind je een uitgebreid videoverslag, en een lijstje van mensen die aan deze shoot hebben meegeholpen!


Team Credits
Visagiste: Nadieh de Zwaan
Mede-fotograaf: Mirjam Koning